Patria liberata. La mémoire artistique de l’Occupation de 1914-1918 au Palais de la Nation

Na de Eerste Wereldoorlog vroegen Belgische parlementariërs zich af hoe ze de herinnering aan de oorlog konden bewaren. Ze kozen ervoor om in het Paleis der Natie niet het gewapende conflict en de doden te herdenken, maar de bezetting, het lijden van de burgerbevolking en de manier waarop zij zich tegen de bezetters verdedigde. Dit was een ongebruikelijke keuze, waarschijnlijk gemaakt omdat veel parlementariërs, die in hun steden en dorpen waren gebleven, samen met de bevolking de moeilijkheden en het lijden van de bezetting hadden meegemaakt en zich in verschillende commissies hadden ingezet om deze te verlichten, terwijl ze officieel protesteerden tegen wat de bezetters hen aandeden. Bovendien was de bezetting van het Paleis van de Natie zelf gedurende vier lange jaren waarschijnlijk ook een bepalende factor. Dit thema, dat zelden aan bod komt in het herdenkingserfgoed van de Eerste Wereldoorlog, zal worden opgeroepen aan de hand van kunstwerken die in de onmiddellijke naoorlogse periode voor het parlement zijn aangekocht of in opdracht zijn gemaakt. Op deze manier zijn de natie, die in deze ongekende gebeurtenis in de geschiedenis van het land verwikkeld was, en de houding, het (morele) gedrag en de acties van gewone gekozen vertegenwoordigers en meer prestigieuze figuren tijdens de bezetting letterlijk “opnieuw gepresenteerd” ten behoeve van toekomstige generaties parlementariërs. In dit opzicht doen de kunstwerken uit het interbellum de tradities van de parlementaire kunst herleven die in de negentiende eeuw in het Paleis der Natie zijn ontstaan.